Te weinig mogelijkheden om geld te lenen bij banken, een inflexibele arbeidsmarkt, bureaucratische rompslomp en hoge belastingen. Die factoren hebben eraan bijgedragen dat Nederland drie plaatsen is gedaald op de ranglijst van de meest concurrerende economieën van het World Economic Forum (WEF).

Het rapport van het WEF, dat woensdag verschijnt, stelt dat het afglijden van Nederland voornamelijk het gevolg is van zwakke financiële markten, waarbij er vooral zorgen zijn over de stabiliteit van banken.

De mogelijkheden om geld te lenen bij banken wijst het WEF aan als het meest problematische aspect voor het zakendoen in Nederland. Daarna komt de inflexibele arbeidsmarkt, de bureaucratie, een gebrek aan kapitaal voor innovatie en de hoge belastingdruk.

Scherpere keuzes

Het ministerie van Economische Zaken stelde dinsdag in reactie op het onderzoek dat Nederland liever de nummer 5 is van de wereld dan de nummer 8. In 2010 stond ons land ook op plek 8.

Tegelijkertijd blijven de investeringen in onderwijs op peil, ondanks de forse bezuinigingen. Ook blijft het trainen en opleiden van technici, om zo de innovatiekracht van Nederland te versterken, één van de grootste prioriteiten, aldus het departement.

Voor de oppositie in de Tweede Kamer toont de daling van de vijfde naar de achtste plaats aan dat de regering scherpere keuzes moet maken, met de landen uit de top van de lijst als voorbeeld: Zwitserland, Singapore en Finland.

D66 en de SP pleiten voor meer investeringen in onderwijs en innovatie. Ook het CDA zoekt de verbeteringen in die hoek; volgens de christendemocraten doet het kabinet te weinig om Nederlandse topsectoren verder vooruit te helpen.

Falend economisch beleid

De kritische Kamerleden krijgen bijval uit academische hoek. Professor Henk Volberda van de Erasmus Universiteit in Rotterdam stelt dat Nederland "ondubbelzinnige focus" moet leggen op "excellent onderwijs en superieure innovatie".

Hij vindt dat het topsectoren-beleid van de overheid niet goed uit de verf. Volberda spreekt zelfs van een "falend kabinetsbeleid en topsectorenaanpak van het Ministerie van Economische Zaken". Het beleid is volgens de hoogleraar een "wassen neus" als de noodzakelijke investeringen vanuit overheid en bedrijven achterwege blijven. Ook het bedrijfsleven investeert volgens hem te weinig in onderzoek en ontwikkeling.

Duidelijke keuzes

Nederland is op de lijst voorbijgestreefd door Duitsland en de Verenigde Staten en moet verder nog Zweden en Hongkong voor zich dulden. D66-leider Alexander Pechtold concludeerde daaruit dat landen die duidelijke keuzes maken het economisch beter doen.

VVD-Kamerlid Anne-Wil Lucas vindt ook dat Nederland het "ronduit slecht" doet, maar ze ziet de ranglijst tegelijkertijd als bewijs "dat het kabinet de goede weg is ingeslagen met het verbeteren van kredietverlening aan ondernemers, hervorming van de arbeidsmarkt en het op orde brengen van de overheidsfinanciën."

Innovatieve kracht

De "pijnlijke terugval", zoals Pechtold het noemde, is vanwege de timing tevens pijnlijk voor premier Mark Rutte. Hij verwees er maandag tijdens zijn H.J. Schoo-lezing nog trots naar dat Nederland sinds vorig jaar weer in de top-5 van de stond. D66 wil met Rutte in debat over de ranglijst.

Overigens prijst het WEF wel de innovatieve kracht van Nederlandse bedrijven. Ook zijn de onderzoekers te spreken over de kwaliteit van het onderwijs en de infrastructuur. Ondanks het te hoge begrotingstekort is de "macro-economische omgeving sterker dan die van veel andere ontwikkelde economieën", aldus het WEF.

Lees ook

Jeroen de Boer: Rutte moet regeren, niet polderen

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl